
Slim maaien na de eerste snede: hoe om te gaan met droogte?
Invloed op de opbrengst
De gepresenteerde cijfers zijn afkomstig uit een praktijkonderzoek uit 2021, waarin een maai-interval van vier weken werd vergeleken met een interval van zes weken. Dit onderzoek werd uitgevoerd door Groeikracht en richtte zich in eerste instantie op het verschil in DS-opbrengst en N-opbrengst tussen beide maaifrequenties.

Uit de proef bleek dat de DS-opbrengst bij beide maaifrequenties gelijk was. Wel werd vastgesteld dat het vierwekelijkse maai-interval resulteerde in een hogere N-opbrengst en een verbeterde stikstofefficiëntie.
Invloed op kwaliteit
Er was een duidelijk verschil in graskwaliteit tussen beide maai-intervallen. Door het gras vaker te maaien, werd een hoger eiwitgehalte bereikt. Bovendien werd het gras in een jonger stadium gemaaid, wat resulteerde in een lager NDF-gehalte en een hogere VEM-waarde.

Conclusie:
Maai kort en frequent: houd een maai-interval van 4 à 5 weken aan.
Timing van de tweede snede: maai vóór het doorschieten, wat plaatsvindt tussen 20 mei en begin juni.
DS-opbrengst blijft stabiel, ongeacht het maai-interval.
Voederwaarde verbetert bij een kort maai-interval.
Hoger RE-gehalte
Hogere VEM-waarde
Extra aandacht bij een droge periode:
Maai vlak voor ze regen voorspellen, dit bevordert de hergroei
Kies voor kwaliteit i.p.v. opbrengst, laat het gras niet in stress komen wat zorgt voor doorschieten en verlies van voederwaarde.